For the complete documentation index, see llms.txt. This page is also available as Markdown.

3.4 Toelichtingen prognose balans en kasstroomoverzicht

In onderdeel 3.4 van de dPi wordt, afhankelijk van het regime, gevraagd om een toelichting van het kasstroomoverzicht gesplitst naar de takken DAEB TI, Niet-DAEB TI en Geconsolideerde Niet-DAEB verbindingen.

Wijzigingen

De belangrijkste wijziging ten opzichte van de dPi2025 is:

  • Er is in onderdeel 3.4.8 een tabel toegevoegd m.b.t. de investeringskasstromen van nieuwbouw en verbeteruitgaven t.b.v. beoordeling van de hardheid van de investeringskasstromen in relatie tot de financieringsbehoefte.

In onderdeel 3.4.1 geeft u toelichting op het kasstroomoverzicht. Het gaat hierbij om de door de corporatie gehanteerde parameters voor het forecast verslagjaar en de tien prognosejaren. Aanbevolen wordt om kennis te nemen van de aangegeven parameters uit de ‘leidraad economische parameters dPi2026’ en de toelichting daarbij (zie 2.7.1). De parameters van deze leidraad vervullen een richtinggevende functie voor corporaties bij de actualisering van de de beleidswaarde ultimo 2026 en de kasraming in de dPi2026. Als voor de dPi2026 afwijkende stijgingspercentages voor de kasstroom worden gehanteerd, moet dit worden toegelicht in dit hoofdstuk.

De toerekeningen van personeelsuitgaven (deel betalingen aan werknemers) en overige kasstromen aan onderhoud worden op één regel opgenomen. Dit geldt ook voor de toerekening aan leefbaarheid. Indien bijvoorbeeld de directe onderhoudsuitgaven (Hfdst. 3.3 post ‘Onderhoud’) 10 miljoen euro bedragen en de indirect toerekenbare onderhoudsuitgaven (hfdst 3.3 overige posten)) 1 miljoen euro, dan verantwoordt u in dit onderdeel (Hfdst 3.2.2) een bedrag van 1 miljoen euro. Wat betreft de personeelsuitgaven moeten deze uitgaven wel betrekking hebben op de exploitatie (dus geen onderhoud voor derde). In de ‘Specificatie van (netto) huurontvangsten’ bij onderdeel 3.4.3 vult u de netto huurontvangsten uit het kasstroomoverzicht in per vastgoedcategorie. Afhankelijk van het gekozen regime doet u dit per categorie voor de takken: DAEB TI, Niet-DAEB TI en Geconsolideerde verbindingen. Tot slot specificeert u per tak de reeds verantwoorde sectorspecifieke heffing(en) in het kasstroomoverzicht (Hoofdstuk 3.3).

De post ‘Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat’ in het kasstroomoverzicht wordt in de toelichting bij onderdeel 3.4.7 uitgesplitst naar afzonderlijke posten ‘Saneringsheffing’, ‘Obligoheffing’ en ‘Overige sectorspecifieke heffingen’. De obligoheffing WSW betreft het bedrag dat WSW factureert om het kapitaal indien nodig aan te vullen. De grondslag hiervan is de omvang van door WSW geborgde leningen. Omdat die alleen in de DAEB-tak voorkomen verwachten we dat obligoheffing alleen in de DAEB-tak wordt opgenomen. Op de website van WSW vindt u welk percentage obligoheffing WSW adviseert op te nemen in dPi. Meestal is dit 0,167% van de geborgde leningen ultimo voorgaand jaar. De saneringsheffing is de heffing die WSW ophaalt in het kader van de sanering van corporaties. Op de website van WSW vindt u welk percentage saneringsheffing WSW adviseert op te nemen in dPi. Meestal is dit 0. De overige sectorspecifieke heffingen betreft in elk geval de Aw bijdrageheffing. Ook kunt u hier bijvoorbeeld de Aedes-contributie verantwoorden en de verhuurderbijdrage (bijdrage aan de huurcommissie). De borgstellingsvergoeding die u jaarlijks aan WSW betaalt (ter dekking van operationele kosten WSW) kunt u invullen als rente-uitgaven en blijft hierdoor buiten beschouwing bij de sectorspecifieke heffingen.

Samengevat komt dit op het volgende neer:

Onderwerp
Doel
Grondslag
Verantwoording

obligoheffing WSW

kapitaal WSW aanvullen

geborgde leningen 31/12/t-1

sectorspecifieke heffingen, DAEB-tak

saneringsheffing

corporaties saneren

# eenheden + WOZ-waarde

sectorspecifieke heffingen

overige sectorspecifieke heffingen

operationele uitgaven Aw

# eenheden + WOZ-waarde

sectorspecifieke heffingen, geconsolideerd

overige sectorspecifieke heffingen

contributie Aedes

sectorspecifieke heffingen, geconsolideerd

overige sectorspecifieke heffingen

huurcommissie

sectorspecifieke heffingen, geconsolideerd

borgstellingsvergoeding

operationele uitgaven WSW

geborgde leningen 31/12/t-1

rente-uitgaven, DAEB-tak

Hoofdstuk 3.4.8 bevat een specificatie van de investeringskasstroom nieuwbouw en woningverbetering. Deze specificatie geeft inzicht in hardheid en bijstuurbaarheid van investeringen. In het kader van het duurzaam prestatiemodel is het belangrijk om inzicht te hebben in bijstuurmogelijkheden. Deze specificatie sluit naar verwachting aan op het kasstroomoverzicht.

In het kader van deze tabel betekent een verplichting een contractuele verplichting. Als een contract is afgesloten of zo goed als rond is, is sprake van een (zeer waarschijnlijke) verpichting. Omdat de begroting uitgaat van continuïteit van een corporatie is het uitgangspunt dat contracten worden gerespecteerd. Als een contract kan worden beëindigd door tussentijds af te kopen is op dit moment sprake van een verplichting. Peildatum om te bepalen of sprake is van een verplichting is het moment van opstellen van de begroting.

Last updated