> For the complete documentation index, see [llms.txt](https://documentatie.sbr-wonen.nl/llms.txt). Markdown versions of documentation pages are available by appending `.md` to page URLs; this page is available as [Markdown](https://documentatie.sbr-wonen.nl/handleidingen/dvi/handleiding-dvi/onderdeel-a-toelichting-op-de-gegevensuitvraag/2.-informatie-over-bezit.md).

# 2. Informatie over bezit

In het onderdeel 'Informatie over bezit' geeft u informatie over de ontwikkeling en samenstelling van het bezit in eigendom van de woningcorporatie gedurende het verslagjaar. Dit zijn gegevens over bezit, waardering, vastgoedtransacties en overige activiteiten. Voor een nadere inhoudelijke toelichting op de definities van bezitsgegevens, verwijzen wij u naar de gegevensdefinities op de website van SBR-wonen.

### 2.1 Opgave bezitsgegevens

In dit onderdeel worden diverse vastgoedkenmerken opgevraagd (op eenheidsniveau (2.1A) of complexniveau (2.1 B-D)).

De gegevens uit de WOZ-bezitstabel moet u met een csv-bestand op de website van SBR-wonen valideren. Na het valideren is het mogelijk om een xbrl-bestand te downloaden. Dit xbrl-bestand importeert u vervolgens in het portaal van SBR-wonen. Hiervoor zijn 2 opties die uitgebreid zijn beschreven in de 'Handleiding proces indienen dVi2025':

* **Optie 1:** xbrl-bestand met een import van een gevalideerd csv-bestand (WOZ-bezitstabel);
* **Optie 2:** xbrl-bestand met een import van een gevalideerd csv-bestand (WOZ-bezitstabel) aangevuld met eventuele gegevens dVi2025 (bijv. export uit softwarepakket).

Na de import van het eerdergenoemde xbrl-bestand worden in het portaal van SBR-wonen de gerapporteerde totalen van hoofdstuk 2.1 automatisch gevuld.

Onderdeel 2.1 is opgedeeld in de volgende categorieën:

**DAEB TI, Niet-DAEB TI en Geconsolideerde niet-DAEB verbindingen:**

* **2.1 A** – Opgave op niveau van eenheid in exploitatie (ultimo verslagjaar).

**Geconsolideerd** (indien een geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening is opgesteld) / **Enkelvoudig** (indien geen geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening is opgesteld):

* **2.1 B** – Registergoederen opgenomen onder Voorraad in de balans (ultimo verslagjaar).
* **2.1 C** – Registergoederen opgenomen onder Onderhanden Projecten in de balans (ultimo verslagjaar).
* **2.1 D** – Registergoederen opgenomen onder Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en onroerende zaken ten dienste van exploitatie op de balans (ultimo verslagjaar).

In beginsel dienen deze categorieën, voor zover het (toekomstige) registergoederen betreft, aan te sluiten op de bijbehorende balansposten in de jaarrekening. Indien naast (toekomstige) registergoederen andere zaken zijn verantwoord onder de betreffende balansposten, dan dienen deze zaken in overzichten 2.1 B t/m D buiten beschouwing te blijven.

Om het verloop van de vastgoedeenheden beter te kunnen volgen in de WOZ-bezitstabel (2.1), worden corporaties gevraagd om in geval van overhevelingen tussen categorie 2.1A 'vastgoed in exploitatie' en 2.1B 'voorraad' de mutatiesoorten 'van voorraad' en 'naar voorraad' te gebruiken:

* Indien mutatie plaatsvindt van voorraad (2.1B) naar vastgoed in exploitatie (2.1A), dient in zowel 2.1A als 2.1B mutatiesoort **'Van voorraad'** te worden gebruikt.
* Indien mutatie plaatsvindt van vastgoed in exploitatie (2.1A) naar voorraad (2.1B), dient in zowel 2.1A als 2.1B mutatiesoort **'Naar voorraad'** te worden gebruikt.

De richtlijn 645 is met ingang van verslagjaar 2021 gewijzigd. De wijziging heeft betrekking op de verwerking en presentatie van verbeteringen aan bestaand bezit. Deze wijziging heeft ook gevolgen voor de verantwoording van deze investeringen in de dVi. In de WOZ-bezitstabel, behorende bij de dVi-verantwoording, worden de betreffende investeringen op woningniveau inzichtelijk gemaakt en wordt de marktwaarde van de betreffende vastgoedheden verhoogd als gevolg van de verbetering. Hiermee komt de betreffende waardesprong zowel in kolom 'Marktwaarde ultimo verslagjaar' van de WOZ-bezitstabel (2.1) alsook in de waardering van het bestaande bezit in exploitatie in hoofdstuk marktwaarde/beleidswaarde (2.7) tot uiting.

{% hint style="warning" %}
**Let op!**

Het gevalideerde csv-bestand moet apart als bijlage geüpload worden in het portaal van SBR-wonen. De afnemende partijen zullen bij ontvangst aan de hand van het gegenereerde (en in het portaal opgenomen) controlegetal (hash) de authenticiteit van deze bijlage controleren.
{% endhint %}

Meer gedetailleerde informatie over de opbouw, totstandkoming en validatie van de WOZ-bezitstabel vindt u terug in [Onderdeel B van deze handleiding](/handleidingen/dvi/handleiding-dvi/onderdeel-b-toelichting-op-de-opbouw-van-de-woz-bezitstabel.md).

**Aansluiting aantal vastgoedeenheden dPi versus dVi.** Uit de analyses van de voorgaande ingediende dPi's en dVi's is geconstateerd dat er inconsistenties in de verantwoording van aantal verhuureenheden tussen dPi en dVi zijn. De woningcorporatie wordt geacht om een goede en consistente aansluiting in verhuureenheden te maken. Hieronder een visuele weergave ten aanzien van consistentie van verhuureenheden.

<figure><img src="/files/XNst36Wm7irONwsJG8uQ" alt=""><figcaption></figcaption></figure>

#### Wijzigingen

**De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de dVi2024 zijn:**

* **(2.1 WOZ-bezitstabel) Om meer aansluiting te vinden bij de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) zijn de kolomnamen van de adresgegevens aangepast, zodat zoveel mogelijk conform vastlegging in de BAG gerapporteerd kan worden in de WOZ-bezitstabel. Bovendien is het gebruik van de kolommen in lijn gebracht met definities uit de BAG. Dat betekent dat de kolom huisletter maximaal één letter bevat en de kolom huisnummertoevoeging maximaal vier tekens. Daarnaast is een nieuw veld 'Corporatie-adrestoevoeging' toegevoegd. Eventuele extra toevoegingen zoals kamernummers of aanduidingen van bergingen en parkeerplaatsen kunnen in deze kolom worden geplaatst. Mocht het niet lukken om de gescheiden adreskolommen conform BAG-definitie te gebruiken dan kan indien nodig de hele adrestoevoeging in de kolom Corporatie-adrestoevoeging worden ondergebracht.**

### 2.2 Verhuurgegevens woongelegenheden

Onderdeel 2.2 kent de volgende onderdelen gesplitst naar DAEB TI, Niet-DAEB TI en Geconsolideerde niet-DAEB verbindingen:

* **Huurderving als gevolg van (project)leegstand** in percentage van de huursom (netto huuropbrengsten) ultimo verslagjaar.
* **Huurderving als gevolg van oninbaarheid** in percentage van de huursom (netto huuropbrengsten) ultimo verslagjaar. Dit is de last van niet-betaalde huurverplichtingen van woongelegenheden in het verslagjaar.
* **Mutatiegraad** wordt bepaald door het aantal verhuringen van bestaande woongelegenheden uit te drukken in een percentage van het totaal aantal woongelegenheden (ultimo verslagjaar), exclusief de in het verslagjaar nieuwgebouwde of aangekochte woongelegenheden.

### 2.3 Koopwoningen

In dit onderdeel geeft u de totale aantallen gereedgekomen nieuwbouw koopwoongelegenheden in het verslagjaar voor Niet-DAEB TI en de Geconsolideerde niet-DAEB verbindingen op.

### 2.4 Aantal verhuureenheden in beheer

Bij 'Aantal verhuureenheden in beheer' vult u de stand (ultimo boekjaar) van het aantal in beheer of in beheer gegeven verhuureenheden voor DAEB TI, Niet-DAEB TI en Geconsolideerde niet-DAEB verbindingen. Hier geeft u enerzijds het aantal verhuureenheden naar rato op die voor rekening en risico van de beherende corporatie zijn en anderzijds het aantal verhuureenheden die aan derden in beheer zijn gegeven waarbij het risico is overgedragen en de woningcorporatie daarmee de juridische eigenaar blijft.

#### 2.4a Aantal flexwoningen

Flexibele woningen zijn verplaatsbare woningen, niet zijnde woonwagens, die tijdelijk op een locatie (veelal zonder woonbestemming) worden geplaatst. WSW kan onder voorwaarden flexibele woningen accepteren als onderpand. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de richtlijn Onderpand op de website van WSW en dienen voorts als toelichting op de in onderdeel 2.4A van dVi gehanteerde eigendomscategorieën.

### 2.5 Vereniging van Eigenaren

In het onderdeel verhuureenheden van Vereniging van Eigenaren (VvE) geeft u op of, en zo ja, hoeveel verhuureenheden er zijn die per ultimo verslagjaar (geconsolideerd) onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren (VvE).

### 2.6 Concentratie huurders

In het onderdeel 'Concentratie huurders' geeft u aan of één enkele huurder verantwoordelijk is voor meer dan 1% van de totale netto huur op jaarniveau van de woningcorporatie (enkelvoudige opgave, indien geconsolideerd niet van toepassing). Het gaat hierbij om contracten op dezelfde naam binnen één juridische entiteit. Deze vraag is bedoeld om inzicht te krijgen in het debiteurenrisico van de huurontvangsten.

### 2.7 Toelichting waardering bezit verslagjaar

In onderdeel 2.7 van de **dVi2025** geeft u een specificatie van de marktwaarde in verhuurde staat en de beleidswaarde zoals deze in de jaarrekening zijn opgenomen, gesplitst naar DAEB TI, Niet-DAEB TI en Geconsolideerde niet-DAEB verbindingen.

{% hint style="warning" %}
**Let op!**

Alle gegevens in deze specificatie worden als positieve waarde in het portaal gevuld. De in dit onderdeel te rapporteren informatie met betrekking tot de marktwaarde en beleidswaarde van vastgoed in exploitatie ligt ten grondslag aan de berekeningen die gebruikt zijn voor verantwoording in de jaarrekening.
{% endhint %}

De opbouw van onderdeel 2.7 en de hierbij te hanteren definities en uitgangspunten sluiten aan op het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde' (actualisatie peildatum **31 december 2024**) zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen en volkshuisvesting 2015 (hierna: RTIV). Dit waarderingshandboek geeft ook achtergrondinformatie bij de gevraagde verantwoording in onderdeel 2.7 en is tevens opgenomen in de kennisbank van SBR-wonen.

In onderdeel 2.7 wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën in verhuureenheden:

* Eengezins- en meergezinswoningen (EGW/MGW);
* Flexwoningen;
* Studenteneenheden;
* Extramuraal;
* Intramuraal zorgvastgoed (ZOG);
* Maatschappelijk onroerend goed (MOG);
* Bedrijfsmatig onroerend goed (BOG);
* Parkeergelegenheid en overig.

Vastgoed in de portefeuille van de corporatie dat naar aard en gebruik niet eenduidig bij een van de onderscheiden reguliere vastgoedtypen (woonruimte, bedrijfsruimte, parkeergelegenheid et cetera) is onder te brengen én op basis van het waarderingshandboek wordt gewaardeerd, valt onder categorie 'Overig bezit'. Dit zijn bijvoorbeeld bergingen, zendmastinstallaties, scootmobielplaatsen, pinautomaten, et cetera. Ook daar waar huur- of gebruiksafspraken fundamenteel afwijken van een normale verhuring valt het bezit in deze categorie.

De in onderdeel 2.7 opgenomen gegevens moeten aansluiten bij de marktwaardeberekening (peildatum: **31 december 2024**) die is gehanteerd voor de verantwoording over de marktwaarde in verhuurde staat in de jaarrekening.

Hier geldt dat u de vastgoedgegevens, actuele huur, streefhuur, onderhoud en beheer actualiseert. Enerzijds in een vorm van indexatie en anderzijds in effecten van een ander beleid. Denk bijvoorbeeld aan het gewijzigd streefhuurbeleid, maar ook de mogelijke effecten van de definities **'Onderhoud, verbetering en beheer'**.

De beleidswaarde berekent u voor woongelegenheden EGW, MGW, flexwoningen, studenteneenheden en extramurale zorgeenheden.

Nadat u heeft toegelicht welk softwarepakket voor de bepaling van de marktwaarde en beleidswaarde is gehanteerd, geeft u per categorie het aantal (ongewogen) eenheden op en welke variant (basis/full) van het waarderingshandboek is gehanteerd.

De waarden bij de 'Marktwaarde in verhuurde staat' en de 'Beleidswaarde' vult u in op totaalniveau voor DAEB TI, Niet-DAEB TI en Geconsolideerde niet-DAEB verbindingen. In de toelichtingsparagraaf 'Gegevens marktwaarde' geeft u de totale contract- en marktjaarhuur én de onderhouds- en beheerkosten op voor de eenheden woonruimte (eengezins- en meergezinswoningen, flexeenheden, studenteneenheden en extramurale (zorg)eenheden). Het gaat om de totale contract- en markthuur op het moment van waarderen **(t=0)**, zonder inflatie in het eerste rekenjaar. Dit is de decemberhuur op moment van waarderen maal 12. Bij de onderhouds- en beheerkosten op moment van waarderen houdt u geen rekening met inflatie of mutaties in het eerste rekenjaar (t=1). In toelichtingsparagraaf 'Gegevens beleidswaarde' volgt u dezelfde methode.

In onderdeel 2.7 'Toelichting waardering bezit' worden onder de kopjes 'Gegevens marktwaarde' en 'Gegevens beleidswaarde' onder andere de volgende posten toegelicht:

* Totaal van onderhoudskosten op het moment van waarderen;
* Totaal van beheerkosten op het moment van waarderen.

Om in analyses data eenduidiger en beter vergelijkbaar c.q. interpreteerbaar te maken in toelichtingsveld '2.7 toelichting marktwaarde' ten opzichte van '2.7 toelichting beleidswaarde' wordt benadrukt dat voor enkele gegevenselementen in '2.7 toelichting marktwaarde' ook geldt dat deze dienen te worden gerapporteerd op basis van het 'doorexploitatie-uitgangspunt' in plaats van in de rapportage van dit betreffende onderdeel de uitkomst van de marktwaardering (keuze hoogste van uitpond of doorexploitatiescenario) doorslaggevend in te laten zijn.

Ter illustratie: stel dat in marktwaardeberekening (t.b.v. toelichting marktwaarde) de onderhoudsnorm op basis van doorexploiteren EUR 1.200 bedraagt en op basis van uitponden EUR 800, corporaties in dit geval dus het bedrag ad EUR 1.200 dienen te hanteren voor rapportage in onderdeel '2.7 toelichting marktwaarde'.

Voor de rapportage in '2.7 toelichting beleidswaarde' is dit uiteraard niet relevant, en dient vanzelfsprekend het 'doorexploitatie-uitgangspunt' voor de verantwoording (dVi en dPi) te worden gehanteerd. Omdat het bij de andere gegevenselementen in onderdeel 2.7 niet aan de orde is, zou deze aanscherping enkel betrekking hebben op de volgende velden:

* Totaal van onderhoudskosten op het moment van waarderen
* Totaal van beheerkosten op het moment van waarderen
* Totaal van NCW verhuurderheffing
* Totaal van NCW erfpacht

Voor een goede vergelijkbaarheid moeten hierbij de uitgangspunten van de beleidswaarde gevolgd worden. Concreet betekent dit dat zowel onder 'Gegevens marktwaarde' als onder 'Gegevens beleidswaarde' ten aanzien van 'Totaal van onderhoudskosten' en 'Totaal van beheerkosten' alle, zoals in hoofdstuk 9 'Beleidswaarde' van het marktwaardehandboek opgesomde elementen, worden opgevoerd.

#### Onderhoud

Bij implementatie van de definities van onderhoud en beheer is de definitie van onderhoud vanuit eigen beleid gelijk aan de definitie gehanteerd in de post 'Lasten onderhoudsactiviteiten' in de functionele winst en verliesrekening in de rubriek 'Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille'.

{% hint style="warning" %}
**Let op!**

Dit is dus inclusief mutatieonderhoud (naar jaarschijf geactualiseerd, dus maal mutatiegraad). Hierbij gaat het om de ingerekende kasstromen in de DCF-periode exclusief achterstallig onderhoud. Het memo onderhoud en beheer is hierbij leidend.
{% endhint %}

#### Beheer

In de beleidswaarde kunnen de beheerkosten afwijken ten opzichte van de in de marktwaarde gehanteerde beheernormen. De hierna genoemde componenten uit de DCF-berekening worden vervangen met één norm die aansluit bij de langjarige kosten voor beheer:

* Beheerkosten;
* Belastingen (excl. verhuurderheffing);
* Verzekeringen;
* Overige zakelijke lasten.

{% hint style="warning" %}
**Let op!**

* De gegevens voor de marktwaarde in de WOZ-bezitstabel (opgave van bezitsgegevens, onderdeel 2.1), de verantwoording van de marktwaarde (in verhuurde staat) op de balans (financiële gegevens, onderdeel 3) en de specificatie zoals opgenomen in onderdeel 2.7 (toelichting waardering bezit) moeten één-op-één overeenkomen met de gecontroleerde marktwaardeberekening zoals gebruikt bij de jaarrekening.
* In onderdeel 2.1 'Opgave op niveau van eenheid' worden woongelegenheden (bijvoorbeeld studenteneenheden) gebaseerd op gerelateerde huurcontracten verantwoord als eenheidssoort 'Woonruimte' (vastgoedtypering). In de praktijk komt het voor dat diezelfde eenheden (bijvoorbeeld in geval van complexgewijze verhuring) volgens BOG-parameters kunnen zijn gewaardeerd vanwege het bijbehorende totaal-huurcontract (marktwaardetypering). Rekening houdend met de opzet van de beleidswaarde, verantwoordt u in dit geval de betreffende verhuureenheden in onderdeel 2.7 in de categorie BOG. Hierdoor kunnen in dit specifieke geval op categorieniveau verschillen ontstaan tussen onderdelen 2.1 en 2.7. Bij het valideren op sbr-wonen.nl wordt gecontroleerd op aansluiting van de totale marktwaarde (per tak).
* In het invoerportaal dVi2025 bij hoofdstuk 2.7 moet u rekening houden met de automatische invulling in paragraaf '2.7 – Marktwaarde in verhuurde staat' bij de categorieën EGW/MGW, studenteneenheden, flexwoningen en extramuraal. Dit geldt ook voor paragraaf '2.7 – Marktwaarde in verhuurde staat en beleidswaarde'.
  {% endhint %}

### 2.8 Vastgoedtransacties tussen DAEB TI en Niet-DAEB TI in verslagjaar

Vul hier het aantal verhuureenheden (woon en niet-woongelegenheden, gewogen) behorende bij de (interne) vastgoedtransacties van DAEB TI naar Niet-DAEB TI en vice versa in. Vul hier ook de bijbehorende transactieprijs en marktwaarde in. Deze opgave is niet van toepassing voor het verlichte regime en juridische splitsing en worden daarom in dit geval ook niet getoond in het invoerportaal voor de dVi2025 van SBR-wonen.

De Autoriteit woningcorporaties heeft het document 'Veelgestelde vragen implementatie scheiding DAEB/Niet-DAEB' gepubliceerd. Deze [Q\&A](https://servicedesk.sbr-wonen.nl/support/solutions/articles/75000003298-veelgestelde-vragen-implementatie-scheiding-daeb-niet-daeb) is te raadplegen via de kennisbank van SBR-wonen. Ook de verwerkingswijze van VOV-transacties wordt in de kennisbank toegelicht.

### 2.9 Zorggeschikte woningen en geclusterde woningen

In dit onderdeel wordt informatie uitgevraagd over geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. Beide type woningen zijn gelegen in een geclusterde woonvorm. Bij het invullen van dit onderdeel dient rekening te worden gehouden met het volgende:

* Het gaat hier alleen om toevoegingen in dit verslagjaar, níet om het totale bezit;
* Zowel aankoop, als nieuwbouw, als transformatie en verbouw vallen onder toevoegingen;
* Enkel zelfstandige woningen dienen verantwoord te worden;
* Een woning mag alleen in één van de twee categorieën vallen. Een woning is dus een geclusterde woning óf een zorggeschikte geclusterde woning.

#### Geclusterde woningen

"Geclusterd" betekent dat deze woonvorm ingericht is op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd.

1. De woning is zelfstandig.
2. Het complex of cluster waar de woning deel van uitmaakt bestaat uit ten minste 12 wooneenheden.
3. De woning is te bereiken zonder trap te lopen.
   * Wooneenheden die zich niet op de begane grond bevinden zijn dus bereikbaar met een personenlift.
4. De keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zijn zonder trappen te bereiken.
5. Er is een ontmoetingsruimte aanwezig die:
   * Gericht is op bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd.
   * Op open en transparante basis te gebruiken is door de bewoners en eventueel buurtbewoners.
   * Fysiek verbonden is aan een complex of cluster woningen of zich bevindt op loopafstand voor ouderen daarvandaan. Deze loopafstand is bewust niet strak gedefinieerd, het staat corporaties vrij om het voldoen aan de eis rond loopafstand zelf te bepalen.

#### Zorggeschikte woningen

Zorggeschikte woningen bestaan uit rolstoelgeschikte woningen in een geclusterde woonvorm. Daarbij zijn dezelfde kenmerken voor geclusterde woningen van toepassing, met daarbovenop de eis voor rolstoelgeschiktheid binnen de woning en in de woonvorm. De eisen voor rolstoelgeschiktheid zijn zwaarder dan de eisen voor een nultredenwoning.

6. De woning is rolstoelgeschikt en met de rolstoel te bereiken.
   * Om rolstoelgeschiktheid gemakkelijker te bepalen kunnen corporaties gebruik maken van twee gangbare systematieken die gebruikt worden om woningen te categoriseren: Bouw Advies Toegankelijk (BAT) en Woonkeur. De eisen rond zorggeschikte geclusterde woningen betekenen dat woningen die vallen onder de categorie BAT 3 of 4 of Woonkeur 6 als rolstoelgeschikt te definiëren zijn.
   * De specifieke definitie van rolstoelgeschikt is te vinden via de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW).

{% hint style="info" %}
**Let op:**

Het kan voorkomen dat er woningen ontwikkeld zijn die niet perfect in een van de categorieën passen. De corporatie is in dat geval vrij om zelf de categorie te kiezen waar een wooneenheid of groep wooneenheid het beste past. Harde eis hierbij is wel dat de woning deel uitmaakt van een clustering van ten minste 12 woningen. Voorbeelden van geclusterde woningen kunnen onder andere hofjeswoningen, serviceflats, aanleunwoningen en seniorenflats zijn. Ook in dit type woning kan onder voorwaarden (Wlz) zorg geleverd worden. Het gaat nadrukkelijk niet om intramurale zorginstellingen.
{% endhint %}

De bijbehorende definities kunt u terugvinden in het definitieportaal en de veelgestelde vragen in de kennisbank. Deze uitvraag wordt gedaan in het kader van het VRO-programma Wonen & Zorg.

#### Wijzigingen

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de dVi2024 zijn:

* **(2.9)** In dit onderdeel wordt informatie uitgevraagd over geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. De opvraag is ten opzichte van de dVi 2024 niet inhoudelijk aangepast. Wel zijn er enkele tekstuele wijzigingen opgenomen om de specifieke voorwaarden voor opname van woonruimte in 2.9 duidelijker te maken. Dit betreft louter een tekstuele aanpassing van de naamomschrijving.

### 2.10 Aantal eenheden woonruimte die in het verslagjaar zijn verbeterd in het kader van duurzaamheid

In de nationale prestatieafspraken is afgesproken de warmtebehoefte van woningen te reduceren (isoleren) en aardgasvrij te maken.

In de opvraag wordt voor het monitoren van dit doel het aantal woningen gespecificeerd naar welke mate de woningen geïsoleerd zijn (op basis van de warmtevraag per m2) enerzijds en aardgasvrij anderzijds uitgevraagd. De informatie wordt op geconsolideerd of TI-niveau uitgevraagd over het aantal woningen gedurende het verslagjaar. De bijbehorende definities kunt u terugvinden in het definitieportaal en de veelgestelde vragen in de kennisbank.

Bij het invullen van dit onderdeel dient rekening te worden gehouden met het volgende:

* Er wordt gevraagd naar de stand van het aantal bestaande woningen in de voorraad dat voldoet aan de isolatiestandaard in het verslagjaar en de stand van het aantal bestaande woningen in de voorraad dat aardgasvrij is in het verslagjaar.
* Voorheen werd het aantal verbeterde woningen in het verslagjaar uitgevraagd, nu wordt de totale stand van de voorraad na verbetering uitgevraagd.
* Enkel zelfstandige eenheden woonruimte moeten worden meegenomen.

#### Isolatiestandaard

Per woning kan de hoogte van de isolatiestandaard verschillen. Om een woning aan de isolatiestandaard te kunnen laten voldoen en mee te laten tellen als woning die aan de isolatiestandaard voldoet, moet de warmtebehoefte van de woning kleiner of gelijk zijn aan de Standaard voor die woning. Deze informatie staat ook vermeld op het energielabel dat volgens de NTA8800 methode is opgesteld.

#### Gemiddelde warmtebehoefte

Hier vult u de gemiddelde warmtebehoefte (in kWh/m2) in van de totale voorraad.

#### Warmtebehoefte

De warmtebehoefte (ook wel warmtevraag) is de hoeveelheid warmte die gemiddeld per jaar nodig is om uw woning voldoende warm te krijgen. Een woning die goed geïsoleerd en kierdicht is en een energiezuinig ventilatiesysteem heeft, heeft een lage warmtebehoefte. In dit onderdeel gaat het om de kwaliteit van de isolatie en het ventilatiesysteem. De warmtebehoefte van een woning staat op het NTA-energielabel vermeld als 'warmtebehoefte in de wintermaanden'.

De isolatiestandaard is ook gebaseerd op de warmtebehoefte van de woning, hierover is meer informatie te vinden op: Standaardwaarden voor uw woningisolatie (RVO.nl).

Er wordt onderscheid gemaakt in zeven categorieën warmtebehoefte. Een achtste categorie is 'onbekend' en kan worden ingevuld wanneer er nog geen (nieuw) label is opgenomen na renovatie. Woongelegenheden kunnen niet in meerdere categorieën geteld.

#### (Duurzame) warmtebron

Er wordt onderscheid gemaakt in zes categorieën warmtebronnen:

* Warmtenet
* Volledig elektrische warmtepomp
* Hybride warmtepomp
* Anderszins gasloos
* Verwarmd via gas
* Onbekend

De vijfde categorie is 'Verwarmd via gas' en betreft het aantal woningen dat geen duurzame warmtebron heeft. Woongelegenheden kunnen niet in meerdere categorieën geteld worden. De bijbehorende definities kunt u terugvinden in het definitieportaal.

### 2.11 Prestatieafspraak nieuwbouw per gemeente

Dit hoofdstuk gaat over de prestatieafspraken om woningen te bouwen die gemaakt worden tussen corporaties en gemeenten. Er zijn twee typen prestatieafspraken: afspraken die individueel tussen één corporatie en een gemeente zijn gemaakt en afspraken die met een groep corporaties gezamenlijk en een gemeente zijn gemaakt. Bij deze twee typen prestatieafspraken moet een keuzemenu doorgelopen worden voor zowel sociale huurwoningen als middenhuurwoningen.

{% hint style="warning" %}
**Let hierbij op het volgende:**

* Als er naar een totaal aantal woningen gevraagd wordt gaat dit om het totaal aantal woningen van alle jaren in de prestatieafspraak en dus níet alleen om het aantal woningen in het verslagjaar. Als er geen afspraken over het totaal aantal woningen zijn gemaakt in de prestatieafspraken, laat dit onderdeel dan leeg.
* Er wordt in het keuzemenu een optie gegeven of de afspraken gaan over start bouw, oplevering van woningen of beide.
* Vul het eerste jaar in van de afspraken en het laatste jaar.
* Als er naar gezamenlijk afgesloten prestatieafspraken wordt gevraagd wordt er eerst naar het totaal aantal woningen dat met alle corporaties gezamenlijk is afgesproken gevraagd en daarna naar het individuele deel van uw corporatie daarin, indien hier specifieke afspraken over zijn gemaakt.
* Er wordt hier gevraagd naar de aantallen afgesproken woningen over meerdere verslagjaren, waarbij de telling loopt van dit verslagjaar tot en met dit verslagjaar +7 jaar. Zo wordt er dus uiteindelijk voor 8 jaar aan prestatieafspraken uitgevraagd. Let op dat hier bij een gezamenlijke afspraak enkel de woningen worden geteld van uw corporatie.
* Het is de bedoeling dat alle optelbare aantallen huurwoningen worden meegenomen in deze tabel. Hier vallen de zachte én harde plannen onder die in aantallen zijn uitgedrukt.
  {% endhint %}

Deze informatie wordt opgevraagd om tijdig de nieuwbouw van sociale huurwoningen en middenhuurwoningen te kunnen monitoren.


---

# Agent Instructions
This documentation is published with GitBook. GitBook is the documentation platform designed so that both humans and AI agents can read, navigate, and reason over technical content effectively. Learn more at gitbook.com.

## Querying This Documentation
If you need additional information that is not directly available in this page, you can query the documentation dynamically by asking a question.

Perform an HTTP GET request on the current page URL with the `ask` query parameter:

```
GET https://documentatie.sbr-wonen.nl/handleidingen/dvi/handleiding-dvi/onderdeel-a-toelichting-op-de-gegevensuitvraag/2.-informatie-over-bezit.md?ask=<question>
```

The question should be specific, self-contained, and written in natural language.
The response will contain a direct answer to the question and relevant excerpts and sources from the documentation.

Use this mechanism when the answer is not explicitly present in the current page, you need clarification or additional context, or you want to retrieve related documentation sections.
