> For the complete documentation index, see [llms.txt](https://documentatie.sbr-wonen.nl/llms.txt). Markdown versions of documentation pages are available by appending `.md` to page URLs; this page is available as [Markdown](https://documentatie.sbr-wonen.nl/handleidingen/dvi/handleiding-dvi/onderdeel-a-toelichting-op-de-gegevensuitvraag/5.-overige-volkshuisvestelijke-verantwoording.md).

# 5. Overige (volkshuisvestelijke) verantwoording

In hoofdstuk 5 verantwoordt u de naleving van de specifieke wettelijke bepalingen, het aantal toewijzingen in het kader van passend toewijzen, de staatssteunregeling en de wet normering topinkomens (WNT). Ook verantwoordt u de huursom in het kader van de huursomtoets.

#### Wijzigingen

**De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de dVi2024 zijn:**

* **(5.2.1 1A-1E) Vanwege de nieuwe definities en huurgrenzen is de benaming 'Liberalisatiegrens' aangepast naar 'DAEB-huurgrens'. Verder is in tabel 1E een nieuwe kolom toegevoegd om ook de toewijzingen die tussen DAEB-huurgrens en Liberalisatiegrens vallen inzichtelijk te krijgen.**
* **(5.2.1 F) Betreffende tabel vervalt. Hiervoor in de plaats zijn er enkele nieuwe tabellen in hoofdstuk 5.2.1 F toegevoegd.**
* **(5.2.1 2A-2C) Ten behoeve van de monitoring van het huisvesten van vergunninghouders zijn er enkele tabellen toegevoegd in de dVi waarin het aantal toewijzingen aan statushouders per gemeente en per huurklascategorie moeten worden gerapporteerd.**

### 5.1 Verantwoording naleving specifieke wettelijke bepalingen

In dit onderdeel worden rechtmatigheidsvragen gesteld die u met 'Ja' of 'Nee' moet beantwoorden. Een inhoudelijke toelichting op de gegevensdefinities staat op sbr-wonen.nl. Hieronder staat een overzicht van de rechtmatigheidsvragen en bijbehorende wetsartikelen.

| Nr.   | Onderdeel                                                                                                            | Verwijzing artikelen                                                   |
| ----- | -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------- |
| 5.1.1 | Het verschaffen van vermogen aan verbindingen en het verstrekken van garantstellingen aan verbindingen.              | Art. 21a lid 2 (Woningwet)                                             |
| 5.1.2 | Transacties met aangewezen instellingen.                                                                             | Art. 21c lid 1 (Woningwet) + Art. 13 lid 1 en 2 (BTIV) + Art. 3 (RTIV) |
| 5.1.3 | Vervreemding woongelegenheden aan natuurlijke personen voor eigen bewoning en maatschappelijk vastgoed aan huurders. | Art. 27 lid 1a (Woningwet) + Art. 23 + 24 (BTIV) + RJ 270              |
| 5.1.4 | Aanbesteding maatschappelijk vastgoed.                                                                               | Art. 51 (Woningwet)                                                    |
| 5.1.5 | Reglementen financieel beleid en beheer.                                                                             | Art. 103 en 104 t/m 108 (BTIV) + Art. 41 en 43 (RTIV)                  |
| 5.1.6 | Verhuur van woongelegenheden via derden.                                                                             | Art. 48 lid 2 (Woningwet) + Art. 58 (BTIV)                             |
| 5.1.7 | Reglement inzake de behandeling van klachten omtrent het handelen of nalaten van toegelaten instellingen.            | 55b, derde lid van de Woningwet                                        |
| 5.1.8 | Sloop- en verhuiskostenreglement. artikel 2 van de Wet op het overleg huurders verhuurder.                           | Art. 55b lid 1 en 2 (Woningwet)                                        |

Voor nadere informatie over rechtmatigheidsonderwerpen kunt u de website van de Autoriteit woningcorporaties raadplegen.

### 5.2 Toewijzingen en staatssteunregeling

Voor het aantal toewijzingen in het verslagjaar wordt verwezen naar de circulaire over parameters huurtoeslag, inkomensgrenzen staatssteun verkoopregels, **DAEB-huurgrens** per **2025** en overige onderwerpen van de Woningwet die zijn opgenomen in de kennisbank van SBR-wonen. De circulaire geeft ook informatie over de verhoging van de AOW-leeftijd, de bevriezing van de maximale huurgrens c.q. **DAEB-huurgrens** en enkele overige onderwerpen in verband met de inwerkingtreding van de Woningwet.

#### 5.2.1 Aantal toewijzingen

Naast beleidsmatige relevantie is de tabel met aantal toewijzingen van belang om vast te stellen of de corporatie aan de passendheidsnorm voldoet, dus of minstens 95% van de huishoudens met of rond het inkomen dat recht geeft op huurtoeslag zijn gehuisvest in een woning met een huur tot maximaal de voor het huishouden toepasselijke aftoppingsgrens. De accountant controleert de juistheid en volledigheid van de verantwoording.

**Onzelfstandige eenheden**

Huurders van onzelfstandige woongelegenheden hebben in de regel geen recht op huurtoeslag. Het is van belang dat deze toewijzingen **NIET** worden verantwoord onder 5.2.1, zodat geen vervuiling bij de berekening van de passendheidsnorm optreedt. Uitzondering op deze regel zijn onzelfstandige woongelegenheden, waarvoor wel huurtoeslag verkregen kan worden. Hiervoor geldt dat een verzoek van de corporatie/intermediaire verhuurder aan de Belastingdienst is gehonoreerd om deze woningen voor begeleid wonen (bijvoorbeeld Thomashuizen) of groepswonen voor ouderen aan te wijzen, zodat bewoners wel in aanmerking komen voor huurtoeslag. Dat geldt ook voor studentenwoningen die in het verleden door de Belastingdienst in dit kader zijn aangewezen. De toewijzingen met betrekking tot de door de Belastingdienst aangewezen complexen moeten **WEL** onder 5.2.1 worden verantwoord. Onder onderdeel 1d kan een uitzondering op passend toewijzen worden verantwoord voor ouderen met een inkomen tot de inkomensgrens voor passend toewijzen maar met een hoog vermogen. De verhuringen van deze ouderen zijn allereerst in de reguliere rubrieken 1a, 1b en 1c verantwoord. Wanneer zij dat wensen (zij moeten dat zelf actief aangeven) kunnen zij een duurdere woning huren (die als niet passend in een van de drie onderdelen is verantwoord) die beter past bij hun woonwensen. Voor de hoogte van het vermogen is aangesloten bij de grens zoals die geldt voor de Wet op de zorgtoeslag. Deze is **€ 140.896 (prijspeil 2025)** voor huishoudens zonder toeslagpartner en **€179.429 (prijspeil 2025)** voor huishoudens met een toeslagpartner.

Het nieuwe onderdeel 1.d maakt het mogelijk de betreffende groep te identificeren. Op basis hiervan kan een correctie op de berekening van de niet passend conform 1a, 1b en 1c worden gemaakt. De uitkomst na deze correctie is bepalend voor de toetsing aan de norm.

<figure><img src="/files/FjHGbp4w4Zlsdf1nCPJS" alt=""><figcaption></figcaption></figure>

{% hint style="warning" %}
**Let op!**

Onderdeel 5.2.1 D is uitsluitend bedoeld als nadere toelichting op de toewijzingen die u reeds verantwoord onder onderdeel 1A (Eenpersoonshuishoudens), 1B (tweepersoonshuishoudens) en 1C (drie- en meerpersoonshuishoudens), categorie > Hoogste aftoppingsgrens <= DAEB-huurgrens.
{% endhint %}

**Aantal toewijzingen boven de DAEB-huurgrens (onderdeel 1E)**

Om beter inzicht te verkrijgen in de marktconformiteit van de Niet-DAEB portefeuille, een completer beeld te verkrijgen bij het totaal aantal toewijzingen (mede in verband met passend toewijzen) én de verhouding van toewijzingen binnen de portefeuilles, worden in onderdeel toewijzingen (nieuwe mutaties op totaalniveau) in het verslagjaar van woongelegenheden boven de liberalisatiegrens verantwoord.

**5.2.1F Aantal Toewijzingen aan statushouders**

**In dit onderdeel worden vragen gesteld over het aantal zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden dat aan alle huurders en aan statushouders wordt toegewezen, per gemeente. Dit ten behoeve van de monitoring van Huisvestingswet 2014 en eventuele lokale afspraken.** **Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het aantal wooneenheden dat dit jaar aan statushouders is toegewezen in een gemeente, ten opzichte van het totaal aantal toewijzingen.**

{% hint style="warning" %}
**Let op!**

In tegenstelling tot andere onderdelen van 5.2, moeten bij onderdeel 5.2.1F zowel zelfstandige als onzelfstandige wooneenheden worden gerapporteerd.
{% endhint %}

Eerst wordt het totaal aantal zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden dat wordt toegewezen aan alle type huurders uitgevraagd. Dit is dus inclusief de toewijzingen aan statushouders.

Daarna wordt het aantal zelfstandige wooneenheden dat wordt toegewezen aan statushouders uitgevraagd. Bij de vragen over zelfstandige wooneenheden wordt ook een onderscheid in huurprijsklassen uitgevraagd.

Als laatste wordt het aantal onzelfstandige wooneenheden dat wordt toegewezen aan statushouders uitgevraagd. Bij dit deel van de uitvraag worden geen huurklassen uitgevraagd.

{% hint style="warning" %}
**Let op!**

* De woningcorporatie is verantwoordelijk voor het verantwoorden van alle toewijzingen (zowel directe als indirecte verhuringen) van de corporatie. Hieronder vallen dus ook de intermediaire verhuringen. Dit geldt ook voor verantwoording in het kader van de staatssteunregeling (5.2.2).
  {% endhint %}

#### 5.2.2 Staatssteunregeling

Vul bij onderdeel 5.2.2 voor verslagjaar **2025** het aantal nieuw aangegane huurovereenkomsten voor woongelegenheden in, inclusief toewijzingen aan studenten, statushouders en zorg geïndiceerden met een huur tot de liberalisatiegrens (**€ 900,07 per maand**).

**Deze aantallen moeten voor de volgende combinatie van huishoudens en inkomensgroepen apart worden gespecificeerd:**

* **Een persoonshuishoudens met een inkomen tot en met € 49.699 per jaar\*;**
* **Een persoonshuishoudens met een inkomen boven de € 49.699 per jaar;**
* **Meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot en met € 54.847\*;**
* **Meerpersoonshuishoudens met een inkomen boven € 54.847 per jaar.**

\*Voor het aantal aangegane huurovereenkomsten voor woongelegenheden in de eerste inkomensgroep (huishoudinkomen tot **€ 49.699** **respectievelijk € 54.847** per jaar) gelden de volgende voorwaarden:

1. Het huishoudinkomen is ten hoogste **€ 49.699 respectievelijk € 54.847** per jaar;
2. Er is sprake van statushouders die, uitsluitend met medebewoners die statushouder zijn, vanuit een COA-voorziening een sociale huurwoning betrekken (een verklaring van het COA, niet ouder dan 6 maanden, volstaat);
3. Er is sprake van een woningzoekende die studiefinanciering geniet, voltijds studeert of gaat promoveren en die de woongelegenheid als enig student of met maximaal één andere student wil betrekken (bewijs van inschrijving van de onderwijsinstelling waaruit blijkt dat de betrokkene bij één van de genoemde doelgroepen behoort, volstaat);
4. Er is sprake van uit het buitenland afkomstige studenten die aan een instelling voor hoger of wetenschappelijk onderwijs studeren (bewijs van inschrijving van de onderwijsinstelling volstaat);
5. Er is sprake van een woningzoekende met een zorgindicatie, zoals bedoeld in artikel 57 van het BTIV, die op grond daarvan ook bij een inkomen boven de inkomensgrens van **€ 49.699 respectievelijk € 54.847** recht hebben op een sociale huurwoning. Bij de toetsing kan worden volstaan met de indicatie voor verblijf of voor ADL-assistentie, of het deel van het zorgplan van de wijkverpleegkundige waaruit blijkt dat de betrokkene een zorgindicatie voor minimaal 10 uur verpleging of verzorging per week voor een periode van ten minste één jaar heeft.

De onder 2 tot en met 5 genoemde huurovereenkomsten vallen onder de **92,5%** toewijzingen aan huishoudens met inkomen tot en met **€ 49.699 respectievelijk € 54.847** per jaar. Als er in gemeenten afspraken zijn gemaakt over de vergroting van de vrije toewijzingsruimte dienen deze apart te worden verantwoord in het daarvoor aangeduide cellen. De toewijzingen in de gemeenten zonder prestatieafspraken over de vergroting van de vrije toewijzingsruimte dienen in de andere cellen te worden opgenomen.

**Onderdeel A**

<figure><img src="/files/M9exZWIRXvlQvVVgzZi1" alt=""><figcaption></figcaption></figure>

Zie hieronder de toelichting:

1. De vrije toewijzingsruimte is standaard 7,5%. In de prestatieafspraken kan overeengekomen worden om deze (met 7,5%) te vergroten tot maximaal 15%.
2. Indien 1 met J(a) is beantwoord, vul hier dan het afgesproken percentage in. LET OP: het in te vullen percentage mag niet hoger zijn dan 7,5%. Het gaat hierbij dus enkel om de EXTRA vrije toewijzingsruimte.

**Onderdeel B**

<figure><img src="/files/A6kx5gJGRd56pOs07YE5" alt=""><figcaption></figcaption></figure>

Indien 1 met J(a} is beantwoord, dienen de betreffende toewijzlngen in dit onderdeel te worden verantwoord. Mocht daarnaast sprake zijn van (een) gemeente{n) waarmee geen prestatieafspraken als bedoeld in onderdeel Azijn gemaakt, verantwoord deze toewijzingen dan bij onderdeel C.

**Onderdeel C**

<figure><img src="/files/cEFbrjobz5EUFddUIRJt" alt=""><figcaption></figcaption></figure>

Indien 1 met N(ee) is beantwoord, dienen de betreffende aantallen in dit onderdeel te worden verantwoord. Tevens kan het voorkomen dat de corporatie toewijzingen heeft in zowel gemeenten met prestatieafspraken als zonder over de vergroting van de vrije toewijzingsruimte. In dit geval dient u hier het deel te verantwoorden waarbij geen sprak is van afspraken over de vergroting van de vrije toewijzingsruimte.

### 5.3 Wet Normering Topinkomens

In afstemming met accountants is de vraag indien wordt voldaan aan de vigerende bepalingen met inachtneming van de WNT, tekstueel aangescherpt zodat deze beter past bij de toetsingskader van het accountantsprotocol.

### 5.4 Huursom

De toets op de huursom richt zich op drie onderdelen:

1. Aantal zelfstandige huurwoningen met een prestatie-afspraak over de besteding van de inkomensafhankelijke huurstijging hoger dan de norm
2. Aantal zelfstandige huurwoningen toegelaten instelling relevant voor de huursomtoets in gemeenten met prestatie-afspraak over hogere huursomstijging
3. Aantal zelfstandige huurwoningen toegelaten instelling relevant voor de huursomtoets in resterende gemeenten zonder prestatie-afspraak over hogere huursomstijging

Het **eerste en** tweede onderdeel kan betrekking hebben op meerdere gemeenten waarvoor per gemeente een verantwoording moet worden gegeven.

Het vertrekpunt in dit onderdeel 5.4 is het aantal zelfstandige huurwoningen van de woningcorporatie (zowel DAEB als niet DAEB). De toets heeft dus geen betrekking op onzelfstandige woningen (kamers), woonwagens en woonwagenstandplaatsen.

Bij de bepaling van het aantal gereguleerd verhuurde zelfstandige huurwoningen (en dus ook de huursom) dat relevant is voor de afzonderlijk genoemde onderdelen is van belang dat meerdere categorieën verhuurde zelfstandige huurwoningen buiten de toets vallen.

Hierbij gaat het om (zie [MG 2025-01](https://servicedesk.sbr-wonen.nl/support/solutions/articles/75000136588-mg-2025-01-huurprijsbeleid-voor-de-periode-1-januari-2025-tot-en-met-30-juni-2026)):

* Woningen die in de periode van 1 januari **2025** tot en met 31 december **2025** aan een opvolgend huurder zijn verhuurd (huurharmonisatie);
* Woningen die op 1 januari **2025** of op 1 januari **2025** met een geliberaliseerd huurcontract verhuurd waren;
* Woningen die op 1 januari **2025** of 1 januari **2026** leegstonden (niet verhuurd waren);
* Woningen die in de periode 1 januari **2025** tot en met 31 december **2025** voor het eerst of voor het laatst door de corporatie zijn verhuurd;
* Woningen waarvan de huurprijs in de periode 1 januari **2025** tot en met 31 december **2025** is verhoogd als gevolg van woningverbetering/renovatie;
* Woningen waarvan de huurprijs met een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging (meer dan 5,0% is verhoogd, mits in prestatieafspraken tussen de corporatie, gemeente en huurdersorganisatie(s) is afgesproken dat de daaruit voortvloeiende extra huuropbrengsten worden ingezet voor investeringen en voor zo ver deze extra opbrengsten de in die afspraken overeengekomen investeringsbedragen niet overschrijden;
* De woningen waarvan de huurprijs in de periode 1 januari **2025** tot en met 31 december **2025** op voorstel van de huurder is verlaagd wegens inkomensdaling na eerdere inkomensafhankelijke hogere huurverhoging(en);
* De woningen waarvan de huurprijs in de periode 1 januari **2025** tot en met 31 december **2025** is verlaagd naar **€ 577,91** vanwege een laag inkomen van de huurder;
* Woningen waarvan de huurprijs in de periode 1 januari **2025** tot en met 31 december **2025** op verzoek van de huurder is bevroren respectievelijk is verlaagd (tijdelijke huurkorting, dus niet zijnde huurverlaging op basis van WWS-punten of vanwege onderhoudsgebreken), alsmede woningen waarvan de huur in de periode 1 januari **2025** tot en met 31 december **2025** is verhoogd naar aanleiding van een (inhaal)huurverhogingsvoorstel van de woningcorporatie na beëindiging van de tijdelijke huurkorting.

Het eerste onderdeel prestatieafspraken over inkomensafhankelijke huurverhoging is ook in **2025** een mogelijkheid. Het tweede onderdeel hogere huursomstijging in een gemeente op basis van prestatieafspraken is in **2025** opnieuw niet aan de orde. **Conform** [**MG 2025-01**](https://servicedesk.sbr-wonen.nl/support/solutions/articles/75000136588-mg-2025-01-huurprijsbeleid-voor-de-periode-1-januari-2025-tot-en-met-30-juni-2026) **is de huursomruimte formeel begrensd tot 4,5%.** In de Nationale Prestatieafspraken is afgesproken dat in de jaren **2023-2025** geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om op basis van prestatieafspraken een hogere huursomstijging af te spreken. (prestatieafspraken over inkomensafhankelijke huurstijging vallen onder het eerste onderdeel!). Er zijn hierdoor nul woningen die zich hiervoor kwalificeren.

De vragen vier tot en met zeven kunnen hierdoor respectievelijk als volgt worden beantwoord: nul, nvt en nvt (beantwoording vraag zeven vervalt).

Het derde onderdeel aantal woongelegenheden met en zonder prestatieafspraken (exclusief hetgeen bij het eerste onderdeel is aangeduid) relevant voor huursomtoets bevat alle zelfstandige woongelegenheden die ontstaan na de correcties op het totaal aantal zelfstandige huurwoningen conform bovenstaande opsomming.

Van deze eenheden moet de totale maandhuur (huursom) voor de twee peildata worden opgegeven. Gegeven de begrenzing van de maximale huurverhoging voor afzonderlijke woningen (exclusief inkomensafhankelijke huurverhoging als er geen prestatieafspraken zijn) zal het verschil in huursom tussen beide peildata **een stijging van maximaal 4,5% te zien moeten geven.**

<figure><img src="/files/huWGmXm2nuH63eJNXFp2" alt=""><figcaption></figcaption></figure>

<table><thead><tr><th width="92">Letter</th><th>Omschrijving</th></tr></thead><tbody><tr><td><strong>A</strong></td><td>Alle zelfstandige woongelegenheden zoals verantwoord in de WOZ bezitstabel ultimo verslagjaar.</td></tr><tr><td><strong>B</strong></td><td>Alle eenheden die buiten beschouwing gelaten dienen te worden conform MG2025-01, onderdeel 2.2 pagina 4/5</td></tr><tr><td><strong>C</strong></td><td>De woningen waarvan de huurprijs met een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging (meer dan 5,8%) is verhoogd, mits in prestatieafspraken tussen de corporatie, gemeente en huurdersorganisatie(s) is afgesproken dat de daaruit voortvloeiende extra huuropbrengsten worden ingezet voor investeringen en voor zo ver deze extra opbrengsten de in die afspraken overeengekomen investeringsbedragen niet overschrijden.</td></tr><tr><td><strong>D</strong></td><td>Als bedoeld bij onderdeel C</td></tr><tr><td><strong>E</strong></td><td>Alle zelfstandige woongelegenheden zoals verantwoord in de WOZ bezitstabel waar specifiek in de prestatieafspraken een hogere huursomstijging dan de norm is afgesproken. LET OP: het gaat hierbij om die specifieke afspraken en dus niet of er uberhaupt prestatieafspraken zijn.</td></tr><tr><td><strong>F</strong></td><td>Aantal gemeenten waarmee prestatieafspraken over hogere huursomstijging zoals bedoeld bij onderdeel E zijn gemaakt.</td></tr><tr><td><strong>G</strong></td><td>Is voor de eenheden zoals verantwoord bij onderdeel E een huursomstijging toegepast gelijk of lager dan 5,4%.</td></tr><tr><td><strong>H</strong></td><td>In hoeveel gemeenten is sprake van een huursomstijging hoger dan 5,4%</td></tr><tr><td><strong>I</strong></td><td>Alle zelfstandige woongelegenheden zonder prestatieafspraken (formule A-B-E = I). Totale maandhuur 1-1-2025 behorende bij de woongelegenheden zoals verantwoord onder onderdeel I</td></tr><tr><td><strong>J</strong></td><td>Totale maandhuur 1-1-2025 behorende bij de woongelegenheden zoals verantwoord onder onderdeel I</td></tr><tr><td><strong>K</strong></td><td>Totale maandhuur 1-1-2025 behorende bij de woongelegenheden zoals verantwoord onder onderdeel I</td></tr><tr><td><strong>L</strong></td><td>Automatische berekening</td></tr><tr><td><strong>M</strong></td><td>Uitkomst huursomstijging op basis van ingevulde gegevens bij onderdeel I, J en K</td></tr></tbody></table>

Onderdeel huursom kan gemakshalve onderverdeeld worden in de volgende drie categorieën. Alle onderdelen die van toepassing zijn dienen te worden ingevuld. LET OP: niet alle onderdelen hoeven van toepassing te zijn.

De regelgeving voor de huursombenadering verslagjaar **2025** is [na te lezen](https://open.overheid.nl/documenten/ronl-5594130961183effc35b96e7a9fddc17981fa819/pdf).

* Inkomensafhankelijk huursomstijging met een prestatieafspraak over de besteding
* Huursomstijging met prestatieafspra(a)k(en)
* Huursomstijging zonder prestatieafspraken

**Rekenkundig ziet het er als volgt uit voor het derde onderdeel.** Van het aantal zelfstandige huurwoningen bepaalt u de totale maandhuur (kale huur) op 1 januari **2025** en op 1 januari **2026**.

Vervolgens bepaalt u de huurstijging door middel van de formule:

> **(totaal maandhuur 1 januari 2026 -/- totaal maandhuur 1 januari 2025) ÷ totaal maandhuur 1 januari 2025**


---

# Agent Instructions
This documentation is published with GitBook. GitBook is the documentation platform designed so that both humans and AI agents can read, navigate, and reason over technical content effectively. Learn more at gitbook.com.

## Querying This Documentation
If you need additional information that is not directly available in this page, you can query the documentation dynamically by asking a question.

Perform an HTTP GET request on the current page URL with the `ask` query parameter:

```
GET https://documentatie.sbr-wonen.nl/handleidingen/dvi/handleiding-dvi/onderdeel-a-toelichting-op-de-gegevensuitvraag/5.-overige-volkshuisvestelijke-verantwoording.md?ask=<question>
```

The question should be specific, self-contained, and written in natural language.
The response will contain a direct answer to the question and relevant excerpts and sources from the documentation.

Use this mechanism when the answer is not explicitly present in the current page, you need clarification or additional context, or you want to retrieve related documentation sections.
